Vier situaties
| Situatie | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Er is een medehuurder | De medehuurder zet de huur voort als huurder. Hij kan binnen zes maanden na het overlijden opzeggen, met ingang van de eerste dag van de tweede maand na die opzegging. |
| Er is een achterblijver met duurzame gemeenschappelijke huishouding | Deze zet de huur zes maanden voort. Binnen die termijn kan hij de rechter vragen de huur daarna te mogen voortzetten. |
| Er is niemand die de huur voortzet | De huur eindigt van rechtswege aan het eind van de tweede maand na het overlijden. |
| Erfgenamen willen eerder van de huur af | Zij kunnen de huur laten eindigen tegen het eind van de eerste maand na het overlijden. |
De laatste twee regels staan in lid 6 van het artikel. Ze betekenen concreet: bij een overlijden op 12 maart loopt de huur zonder actie door tot en met 31 mei, en met een opzegging door de erfgenamen tot en met 30 april.
Wat er direct geregeld moet worden
Melding bij de verhuurder met een kopie van de overlijdensakte, en meteen vragen naar de voorinspectie en het opleverformulier. Corporaties plannen die inspectie doorgaans binnen twee weken, en dat rapport bepaalt wat er bij de ontruiming moet gebeuren.
Medehuurder tegenover achterblijver
Een medehuurder staat in het contract of is door de verhuurder of de rechter als medehuurder erkend. Een echtgenoot of geregistreerd partner is van rechtswege medehuurder zolang de woning het hoofdverblijf is. Een samenwonende partner zonder registratie is dat niet automatisch, en moet dan het pad van de duurzame gemeenschappelijke huishouding bewandelen.
Inwonende kinderen worden zelden aangemerkt als duurzame gemeenschappelijke huishouding, omdat de rechter de samenwoning als aflopend beschouwt: een kind wordt geacht op termijn zelfstandig te gaan wonen. Uitzonderingen bestaan, bijvoorbeeld bij langdurige mantelzorg, maar dat vraagt bewijs.
Wat de verhuurder mag verlangen
- Oplevering volgens het huurcontract en het voorinspectierapport, dus meestal leeg, bezemschoon en zonder zelf aangebrachte voorzieningen die eruit moeten.
- Huur tot en met de einddatum, ook wanneer de woning eerder leeg is. Sommige corporaties verrekenen wel bij vroege oplevering.
- Alle sleutels, ook van berging, garagebox en fietsenstalling.
- Bij niet-tijdige oplevering: doorlopende huur plus schadevergoeding, of kosten van een ontruiming die de verhuurder zelf laat uitvoeren.
Als de erfgenamen niets doen
De huurovereenkomst eindigt hoe dan ook aan het eind van de tweede maand. Staat de woning dan nog vol, dan kan de verhuurder de ontruiming zelf laten uitvoeren en de kosten indienen bij de nalatenschap. Bij een lege nalatenschap blijft de rekening bij de verhuurder. Voor erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard of verworpen, levert dat geen persoonlijke aansprakelijkheid op.
Sociale huur en de wachtlijst
Bij corporaties komt de woning na de einddatum in de verhuur. Dat is de reden dat corporaties strak op de datum sturen: elke week leegstand kost huurinkomsten en houdt een woningzoekende op. Een verzoek om uitstel wordt soms gehonoreerd, maar dan tegen doorlopende huur.
Veelgestelde vragen
Moet de huur schriftelijk worden opgezegd?
Voor de verkorting naar het eind van de eerste maand wel. Zonder opzegging eindigt de huur automatisch aan het eind van de tweede maand.
Kan de verhuurder een langere opzegtermijn eisen?
Nee. Artikel 7:268 is dwingend recht bij woonruimte, een afwijkende contractbepaling in het nadeel van de huurder is niet geldig.
Hoe zit het met een woning van een particuliere verhuurder?
Dezelfde regels. Het onderscheid tussen corporatie en particuliere verhuurder maakt voor dit artikel niet uit.
Wat gebeurt er met de huurtoeslag?
Die stopt per de maand na het overlijden. Te veel ontvangen toeslag wordt teruggevorderd bij de nalatenschap, zie https://www.toeslagen.nl.